OLIJFBOMEN IN POMPEI
5 juni 2025
Het werd weer zo’n warme dag vandaag. Al vroeg in de ochtend tikte de thermometer de 29 graden aan. Hier in Albanië komt de zon al rond vijf uur op, en zo tegen achten in de avond zakt ze weer achter de horizon. Terwijl de gordijnen van duizenden ramen weer langzaam open werden geschoven, reden wij op weg naar Apollonia – een plek waar je de oudheid bijna kunt ruiken.
De rit ernaartoe was een feest voor het oog. Honderden olijfbomen sierden het heuvelachtige landschap, alsof ze ons de weg wezen naar de antieke stad. Apollonia wordt ook wel “de Pompeï van Albanië” genoemd – niet vanwege een vulkaanuitbarsting, maar om de bijzondere overblijfselen die hier zo goed bewaard zijn gebleven. De naam is afgeleid van Apollonius, wat 'tot Apollo behorend' betekent. Apollo, de Griekse god van het licht, de muziek, poëzie en geneeskunst – het geeft de plek meteen iets magisch.
Apollonia ligt niet ver van het huidige Fier en werd al in 588 voor Christus gesticht door Griekse kolonisten uit Corfu en Korinthe. De stad groeide uit tot een belangrijk handelscentrum, vooral tijdens de Romeinse periode.
En nu? Nu wandel je er tussen ruïnes, pilaren en oude stenen alsof je zo een geschiedenisboek in bent gestapt, nadat je wel eerst een entreekaartje moet kopen om d het elektrische poortje met barcode te passeren, waar je eigenlijk ook omheen kan lopen.
Bij aankomst hadden we geluk: direct bij de ingang konden we parkeren, pal naast de kassa. Op het terrein krioelde het van de kinderen. Tassen onder bomen, spelende groepjes op het gras. Scholen bleken hier een excursie te hebben. In het oude amfitheater zaten hele klassen netjes op de stenen rijen, klaar voor de groepsfoto. Wat me opviel: er liep een soort beveiliging rond, die discreet toezicht hield op de kinderen. Toch voelde het allemaal ontspannen en gemoedelijk.
En wat zo bijzonder is aan Albanië: hier mag je nog gewoon op de geschiedenis staan. Letterlijk. Geen hekken, geen bordjes met “verboden toegang”. We konden zonder problemen het amfitheater beklimmen, foto’s maken, en ons even een Romeins acteur wanen. Dat kan straks vast niet meer – over tien jaar is dit waarschijnlijk helemaal afgesloten. Ad kon in zijn jeugd nog op de piramides van Chichén Itzá in Mexico klimmen. In 2018 stonden wij daar met ons gezin netjes achter het koord. Geen enkele trede mochten we aanraken. Hier in Albanië voelt het alsof je een geheime vondst doet, een plek die nog niet door massa’s toeristen is ontdekt en waar je nog jong mag voelen en zijn op deze oude stenen.
Apollonia zelf lag ooit strategisch aan de rivier de Aoös (nu de Vjosë) en bloeide door de handel. De stad had nauwe banden met Rome en er was zelfs een militaire basis. Maar rond de 3e eeuw na Christus begon het verval: een aardbeving, de haven verzandde, en de stad werd uiteindelijk verlaten. Pas in de 20e eeuw werd de plek herontdekt en opgegraven.
Een van de mooiste bouwwerken op het terrein is het Monument van de Agonothetes. Dit was vermoedelijk een soort raadhuis of ontmoetingsplek – imposant door de hoge zuilen en erg fotogeniek. We slenterden langs Romeinse villa’s, mozaïekvloeren die nu deels bedekt waren met grind ter bescherming. Soms zie je amper wat eronder ligt – je moet weten waar je naar kijkt.
Naast de ruïnes staat het Byzantijnse klooster van St. Mary (Shën Mëri), gebouwd in de 13e eeuw op de resten van een oudere kerk. Binnen vind je een klein museum met vondsten uit de omgeving: beeldhouwwerken, aardewerk, fragmenten uit een ander tijdperk. Veel stond gewoon los in de ruimte, je kon het gewoon aanraken.
De airco was een verademing, want intussen was het buiten al 34 graden. We bleven er net iets langer hangen dan nodig was, gewoon om even op adem te komen.
Maar onze dag was nog niet voorbij. Vlöre en een geboekte excursie op het water met een speedboot lonkte ons. Hopelijk konden we daar verkoeling gaan vinden aan deze kust. Maar deze ochtend, tussen de schaduw van de olijfbomen en de zon op eeuwenoude stenen, voelde opnieuw als een klein tijdreisje.


Dus jullie zitten weer aan de Middellandse zee. Lukt het om wat woorden te zeggen in het Albanees?