TIJDREIZEN IN ALBANIË

5 juni 2025 - Vlorë, Albanië

Tijdens onze roadtrip door Albanië is het steeds een reis waar we in het verleden en het heden duiken.

De toekomst? 

In Vlorë aangekomen maken we ook deze dag dus opnieuw verschillende tijdsprongen. 

Tussen 1946 en 1976 leefde Albanië onder het regiem van de Volksrepubliek, een communistisch experiment onder leiding van de beruchte Enver Hoxha. Het was een tijd van verboden meningen, collectieve arbeid, en tienduizenden betonnen bunkers – alsof de vijand elk moment uit de Adriatische Zee kon komen wandelen. Je struikelt er vandaag de dag nog steeds over. De bunkers worden vandaag de dag, vaak gebruikt als "de nodige stop" en de witte velletjes papier ernaast zijn het bewijs dat de bouw van deze verborgen bunkers nog enige functie kan hebben!

Maar even terug naar het begin. Voor de Tweede Wereldoorlog was Albanië een koninkrijk onder koning Zog I – een naam die klinkt als een stripfiguur, maar hij was toch echt een monarch van vlees en bloed. In 1939 werd het land binnengevallen door Mussolini’s Italië. De koning pakte zijn koffers en vluchtte naar Groot-Brittannië. Na de Italianen kwamen de Duitsers. Maar ook die hielden het niet lang vol, en op 29 november 1944 werd Albanië bevrijd door de geallieerden.

Vanaf dat moment ging het hard. In 1946 werd de monarchie afgeschaft en nam Enver Hoxha het roer stevig in handen. De man was idolaat van Stalin en droomde van een zelfvoorzienende staat zonder religie, zonder vrijheid van meningsuiting, zonder westerse invloeden — en zonder baarden (ja, echt: mannen met baarden werden als staatsgevaarlijk beschouwd en opgehangen of onthoofd, een kogel wilde hij er niet aan verspillen. 

Onder zijn bewind werd de economie volledig gecentraliseerd. Wel kwamen er rechten voor vrouwen, steeg de alfabetiseringsgraad en kregen mensen toegang tot gezondheidszorg. Maar wat heb je aan een doktersopleiding als je tanden los gaan zitten van de honger?

Hoxha’s wantrouwen tegenover de buitenwereld kende geen grenzen: letterlijk, want hij sloot Albanië af van de gehele buitewereld. Tienduizenden bunkertjes verrezen in het landschap – tegenwoordig populair bij toeristen, schapen en straatkunstenaars.

Intussen verarmde het land totaal.

Na Hoxha’s dood in 1985 nam Ramiz Alia het over. Hij zette kleine stapjes richting het buitenland en versoepelde het religieverbod. In 1990 begon het te rommelen. Terwijl de Berlijnse Muur viel en Oost-Europa opstond, werden ook in Albanië de mensen het zat. De economie was een puinhoop, de armoede schrijnend. In 1991 werden vrije verkiezingen gehouden. Enver draaide zich om in zijn graf.

Sali Berisha werd president en voerde de vrije markteconomie in. Dat klonk mooi, maar velen hadden geen idee wat dat inhield. Wat volgde was een economische jungle waarin mensen massaal investeerden in frauduleuze piramidespelen.

Je kunt je voorstellen hoe dat afliep: binnen no-time verdween meer dan de helft van het spaargeld in het niets. De mensen gingen de straat op, woedend, overtuigd dat de regering het geld had gestolen. In 1997 riep men de noodtoestand uit, en Italië en de VN moesten ingrijpen om de boel te sussen. Ook nu zie je in Albanië onderweg vele skeletbouw van huizen en hotels die al tientallen jaren zo vervallen bijstaan. De regering liet bouwen onbeperkt toe en ook nu nog steeds is het mogelijk om snel aan een vergunning te komen om je zakken misschien ooit te kunnen gaan vullen. Wel blijft de vraag van vele Albanesen "Wie zijn zak wordt hier gevuld"?

Vanaf 1999 begon premier Ilir Meta de draad weer op te pakken. Er kwam een akkoord met buurland Macedonië (nu Noord-Macedonië), mensenhandel werd bestreden, en er werd geïnvesteerd in – jawel – spoorlijnen! Althans, dat was het plan.

Als je vandaag de trein neemt van Pogradec naar Tirana (voor zover er nog iets rijdt), kom je bruggen tegen waar sinds de jaren ’90 niemand meer overheen is gereden – behalve geiten en onkruid. Metershoog helmgras groeit tussen de rails, alsof de natuur besloten heeft om de dienstregeling over te nemen. Geen spoorwerker met een zeis te bekennen.

En de wegen? Die zijn vaak pas na 14 jaar hobbelen, graven en vloeken eindelijk af. Sommige lijken in eerste instantie goed, maar verrassen je alsnog met een onvrijwillige massage van je ruggengraat.

Waar al dat geld naartoe is gegaan? Tja, dat vragen de Albanezen zich zelf ook al jaren af. Zeker nu.

Want ondanks de vooruitgang voelen veel inwoners zich nog steeds teleurgesteld in hun overheid. De corruptie is hardnekkig en het vertrouwen in banken is zo laag dat veel mensen hun geld gewoon contant bewaren – uit protest tegen de hoge commissies. In sommige dorpen is cash zelfs meer regel dan uitzondering. Pinnen? Alleen als je geluk hebt. Of een ezel met een betaalterminal tegenkomt. 

Aan de andere kant, steeds meer buitenlanders gaan Albanië ontdekken als mogelijke vakantiebestemming. Wil je als land verder kunnen gaan ontwikkelen, dan kan het toch handig zijn als ook de visa bij hotels en eetgelegenheden wordt geaccepteerd! 

En dan zijn er nog de oorlogsmonumenten, overblijfselen van een tijd waarin Albanië vocht tegen bezetters, maar nu vaak overwoekerd door klimop en vergeten door de geschiedenis. Alsof de herinnering zelf moe is geworden.

Ook wij ervaren dat soms als toerist, wanneer we de monumenten onderweg fotograferen en ons afvragen "waarom worden deze niet meer onderhouden"?

In VLORË gaan we met een boot naar het eiland Kazan. We willen met eigen ogen kunnen aanschouwen welke invloeden Hoxha had op Albanië. 

Tussen de bergen van Noord-Albanië, midden in het stuwmeer van Fierza, ligt Kazan – een mysterieus eiland dat tijdens de communistische periode dienstdeed als militaire basis. Weggestopt van de buitenwereld, strategisch gelegen en omgeven door steile bergwanden, werd Kazan gebruikt als uitkijkpost, opslagplaats en trainingslocatie.

Wat daar precies gebeurde, weet eigenlijk niemand. Veel documenten zijn verdwenen of nooit vrijgegeven. Maar wie het eiland vandaag bezoekt – wat alleen lukt met een bootje en een flinke portie avontuur – ziet de restanten van barakken, betonnen bunkers en roestige installaties. De natuur heeft het terrein inmiddels teruggenomen, alsof ze ook klaar was met dat militair gedoe.

Kazan is stil, verlaten en een beetje spookachtig. Maar het vertelt een belangrijk stuk van het Albanese verhaal: over controle, angst en geheimhouding. Een plek waar geschiedenis letterlijk in beton gegoten ligt.

En nu?

In 2003 vroeg Albanië lidmaatschap van de Europese Unie aan. De onderhandelingen begonnen uiteindelijk pas in 2020. Ondertussen werd Albanië in 2008 wél lid van de NAVO. Een teken van vooruitgang, maar met een bevolking die nog steeds kampt met teleurstelling, werkloosheid en achterblijvende infrastructuur, blijft de vraag:

Hoe lang nog tot echte aansluiting bij Europa?

“De toekomst ligt niet alleen in het verleden of het heden, maar in de keuzes die we vandaag durven maken.”

2 Reacties

  1. Nan:
    14 juni 2025
    Kleine correctie: "Het stalinistisch gebleven Albanië brak in 1961 met Moskou en oriënteerde zich op de Volksrepubliek China, dat zich steeds meer tot rivaal van de Sovjet-Unie ging ontwikkelen. In 1968 trad Albanië zelfs uit het Warschaupact."

    Ik herinner me dat nog heel goed, vandaar......
    Guus
  2. Christine Wimmer:
    14 juni 2025
    Dat klopt zegt Ad, bedankt voor de aanvulling.